
WERK ALS WAARDE MODEL
In het kader van de duurzame inzetbaarheid van medewerkers, hebben emeritus Prof. dr. Jac van der Klink et al, het ‘werk als waarde’ model ontwikkeld, waarin de recente ontwikkelingen in werk, gezondheid en duurzame inzetbaarheid zijn opgenomen. Het model is gebaseerd op de capability benadering van nobelprijswinnaar Amartya Sen.
Centraal in het model staat de ‘werk-capability set’, waarbij het gaat om zowel de individuele werknemer, die in staat en gemotiveerd moet zijn om te werken, als om de werkcontext die de mogelijkheden biedt om waardevolle taken uit te voeren. Een elementair uitgangspunt van het Werk aks Waarde model is dat in dit geval werk, waarde moet toevoegen voor zowel de organisatie als de medewerker. De benadering daagt onderzoekers, beleidsmakers, en mensen uit de praktijk uit te onderzoeken wat mensen in hun werk belangrijk en waardevol vinden – wat zij willen bereiken in een bepaalde werkcontext – en vooral of zij zowel zelf in staat zijn als door de werkcontext in staat gesteld worden, dit ook te doen.
- Werk moet waarde toevoegen zowel voor de organisatie als voor de werkende (“werk als waarde”);
- Werkenden die in hun werk voor hen belangrijke waarden kunnen realiseren (beschikken over een ruime set aan capabilities) blijven duurzaam inzetbaar;
- Duurzame inzetbaarheid wordt gerealiseerd in dialoog tussen werkcontext (die verantwoordelijk is voor het “in staat stellen tot” het bereiken van belangrijke waarden) en de werkende (die verantwoordelijk is voor het “in staat zijn tot” het bereiken van belangrijke waarden);
- ‘Medewerkerstevredenheid’ is geen graadmeter voor duurzame inzetbaarheid, want mensen hebben de neiging zich aan te passen aan de situatie en daar tevreden mee te zijn, ook als die niet optimaal is;
- Middelen zijn belangrijk voor zover ze mensen in staat stellen belangrijke doelen te bereiken. Omdat mensen ongelijk zijn en ongelijke behoefte aan ondersteuning hebben om optimaal te functioneren, moeten middelen ongelijk verdeeld worden om gelijke uitkomsten te krijgen.
Centraal in het model staat de ‘werk-capability set’:
“..het palet aan daadwerkelijk te realiseren mogelijkheden dat iemand binnen de werkcontext heeft om taken uit te voeren die waarde toevoegen voor zowel de organisatie als voor zichzelf…”
De werk-capability set verwijst naar de mogelijkheden waarover de werkende beschikt. Deze capability set wordt als een betere voorspeller voor duurzame inzetbaarheid gezien dan het actuele functioneren. Dit komt omdat de werk-capability set meestal breder is dan de feitelijke taken die iemand uitvoert. Daardoor is de werk-capability set voor zowel de organisatie als de werkende minder kwetsbaar bij veranderingen bijvoorbeeld als delen van het takenpakket wijzigen of vervallen. In het geval van leemten in die werk-capability set, kan inzicht in persoonlijke en organisatorische factoren de sleutel bieden hoe de werk-capability set, en daarmee de duurzame inzetbaarheid versterkt kan worden.
- Kennis en vaardigheden gebruiken
- Kennis en vaardigheden ontwikkelen
- Betrokken zijn bij belangrijke beslissingen
- Betekenisvolle werkcontacten hebben en opbouwen
- Eigen doelen stellen
- Een goed inkomen verdienen
- Een bijdrage leveren aan het creëeren van iets waardevols
Vragenlijst Werk Capabilities
Nu worden vaak reorganisaties, of werkaanpassingen doorgevoerd die voor de werkenden een forse extra belasting maar geen verbetering of zelfs een verslechtering van de ervaren waarde betekenen. Als daarmee de balans verstoord raakt tussen wat mensen investeren in het werk en wat zij ‘er uit halen’ kan dit tot problemen leiden. De lijst kan dus voor preventie worden gebruikt, maar ook bij gezondheids-, functionerings-, of andere problemen kan de lijst inzicht geven.
In de afbeelding zijn de zeven werkwaarden zichtbaar.
Het instrument bevraagt en scoort ieder item met een drieslag. VRAAG A gaat steeds over hoe belangrijk een bepaald aspect aspect voor iemand is. Bij VRAAG B wordt gevraagd naar de mogelijkheden in iemands huidige werk om het betreffende aspect te realiseren. Bij VRAAG C wordt gevraagd in hoeverre het iemand daadwerkelijk lukt om dit aspect in het werk te realiseren.
De vragenlijst kan op twee manieren worden gescoord: op CAPABILITIES en op DISCREPANTIES . Afhankelijk van de vraag en van het niveau waarop men de vragenlijst toepast kan een keuze worden gemaakt. Scoring op capability maakt het mogelijk om een oordeel te geven over de mate waarin personen of groepen waarden kunnen realiseren en welke factoren daarbij bevorderend of belemmerend werken. Daarbij kan men ook vergelijkingen maken tussen personen of groepen. Deze scoring brengt de ‘duurzame inzetbaarheid’ in kaart en kan – preventief – aanwijzingen geven om die te bevorderen. Scoring op discrepantie signaleert vooral belemmeringen in de realisatie van werkwaarden, die door de persoon als belangrijk worden aangegeven. Het legt daarmee de vinger op zaken die in het hier en nu mis gaan en kan daarmee ondersteunen in een probleemoriëntatie met in het verlengde een probleemoplossing. Het biedt daarmee goede aanknopingspunten voor het interpreteren van de ‘actuele inzetbaarheid’ van de werkende. De vragenlijst kan worden gebruikt op drie niveaus: individueel, in groepen en collectief. Op individueel en groepsniveau kan de lijst schriftelijk worden afgenomen, maar ook als leidraad dienen voor een gesprek.
NB: Het is met een vragenlijst alleen nooit mogelijk een diagnose ‘verminderde inzetbaarheid’ te stellen. De verantwoordelijkheid van een diagnose ligt altijd bij de professional. Voorzichtigheid is ook geboden wat betreft het voorspellend vermogen van de lijst. Dat is nu, omdat de lijst nog jong is, vooral gebaseerd op korte termijn effecten, waarvan de relatie met duurzame inzetbaarheid is aangetoond: ervaren gezondheid, work ability, bevlogenheid, motivatie et cetera. Er zijn nog geen studies afgerond naar de lange termijn uitkomsten van de vragenlijst zelf. De kracht van het toepassen van de vragenlijst ligt in de discussie die erop volgt en de concrete vervolgstappen die naar aanleiding van de analyse gemaakt worden binnen de werkcontext.
Bij afname op individueel niveau is de vragenlijst te scoren met behulp van capability scoring en discrepantie scoring. Als het doel is de duurzame inzetbaarheid van werkenden te optimaliseren, wordt de capability scoring geadviseerd als uitgangspositie voor het gesprek. Als het doel is knelpunten van werkenden in kaart te brengen, is scoring van discrepanties aan te bevelen. Als bij een waarde een discrepantie wordt gescoord kan dit aanleiding geven voor een analyse van persoonlijke en contextuele omzettingsfactoren. De identificatie van knelpunten kan aanleiding geven tot werkaanpassingen.
Ook bij afname op groepsniveau is de vragenlijst te scoren zowel op capabilities als op discrepanties. Als het doel van het toepassen van de vragenlijst het optimaliseren van de duurzame inzetbaarheid van een bepaalde groep werkenden is, wordt geadviseerd de capability scoring als uitgangspositie voor het gesprek te nemen. De capability scoring biedt binnen een groep de mogelijkheid om de totale capability sets van de participanten in kaart te brengen en te vergelijken. Indien het doel is knelpunten van de groep werkenden in kaart te brengen, kan de voorkeur gegeven worden aan het scoren van discrepanties. Overeenkomstige discrepanties leiden in gesprek tot de identificatie van gemeenschappelijke werk-omzettingsfactoren. Een interessante vervolgstap is om met elkaar te delen hoe een ieder omgaat met deze gemeenschappelijke knelpunten in werk. Hoe kan de capability set van de werkenden vergroot worden door aanpassingen te maken in de werkcontext? Hoe maken werkenden gebruik van de informele regelruimte? De uiteenlopende perspectieven van de werkenden geven goede handvatten voor discussie en reflectie op de persoonlijke werkwaarden.
Bij het samenstellen van de groep is het aan te raden aandacht te hebben voor de invloed van hiërarchische relaties op het gesprek. Onder leiding van een onafhankelijke gespreksleider levert een groepsgesprek vaak de meest relevante informatie op. De gespreksleider is verantwoordelijk voor structuur en inhoud, bewaakt de tijd en draagt zorg voor een evenwichtige verdeling van spreektijd tussen de participanten. Een groepsgesprek kan eventueel verdiept worden met verdere analyses op individueel niveau.
Bij een collectieve afname worden ter inventarisatie van de duurzame inzetbaarheid in een bedrijf of afdeling de werkenden collectief benaderd. De vragenlijst kan digitaal of met pen en papier worden ingevuld. De duurzame inzetbaarheid binnen een bedrijf wordt zichtbaar en kwetsbare afdelingen kunnen nader onderzocht worden met bijvoorbeeld een groepsgesprek. Indien het doel is knelpunten te identificeren kan de vragenlijst tevens op discrepantie gescoord worden. Onderzoek geeft aan dat bij scoring van meer dan vier discrepanties het individu ‘at-risk’ is voor een verminderde inzetbaarheid. Ook op afdelingsniveau kan echter op discrepantie gekeken worden. Een voorbeeld is een afdeling waar de werkenden in grote meerderheid aangeven ‘kennis en vaardigheden ontwikkelen’ een belangrijke waarde te vinden, maar ook aangeven dat het werk hen hiertoe niet in staat stelt. De leidinggevende voelt zich voor een keuze geplaatst. Of zij moet aan verwachtingsmanagement doen (‘als je je kennis en vaardigheden wilt ontwikkelen, moet je niet hier zijn’), maar dat is geen oplossing voor de zittende medewerkers; of ze moet iets aan de taakstructuur van de afdeling veranderen, zodat mensen binnen de afdeling ontwikkelmogelijkheden hebben, of opleidingen aanbieden. Een gesprek met de medewerkers kan helpen de keuze te bepalen.
Ter illustratie volgt hierna een aantal citaten opgenomen uit recente kwalitatieve studies met de vragenlijst. De citaten komen uit recent focus-groep onderzoek bij werknemers in (inter)nationale bedrijven uit diverse sectoren (transportsector, chemische industrie, verzekeringsbranche, geestelijke gezondheidszorg, ouderenzorg en onderwijs). De groepscitaten zijn afkomstig van meerdere respondenten, aangegeven als (R1, R2, etc.). De citaten illustreren de groepsdiscussies die ontstaan naar aanleiding van de vragenlijst.
RELEVANTE BEGRIPPEN
De capability benadering bestaat uit een aantal kernbegrippen. Ieder individu streeft naar het bereiken van waardevolle doelen in het leven (functionings). Deze waardevolle doelen kunnen betrekking hebben op identiteiten die iemand wil hebben zoals het deel uitmaken van een bepaalde groep mensen (op basis van geloof, sport, familie of een goede ouder zijn). Waardevolle doelen kunnen ook betrekking hebben op dingen die men wil doen, zoals het niet eten van dieren, zich ontwikkelen en creatief zijn, iets maken.
Duurzame inzetbaarheid
Met duurzame inzetbaarheid wordt hier bedoeld een levensloopfenomeen waarmee “..medewerkers doorlopend in hun arbeidsleven over daadwerkelijk realiseerbare mogelijkheden alsmede over de voorwaarden beschikken om in huidig en toekomstig werk met behoud van gezondheid en welzijn te (blijven) functioneren. Dit impliceert een werkcontext die hen hiertoe in staat stelt, evenals de attitude en motivatie om deze mogelijkheden daadwerkelijk te benutten (ZonMw, 2010).”
PUBLICATIES
- Gürbüz S, van Woerkom M, Kooij DTAM, Demerouti E, van der Klink JJL, Brouwers EPM. Employable until Retirement: How Inclusive Leadership and HR Practices Can Foster Sustainable Employability through Strengths Use. Sustainability. 2022; 14(19):12195. https://doi.org/10.3390/su141912195
- Bogaers R, Geuze E, van Weeghel J, Leijten F, van de Mheen D, Rüsch N, Rozema A, Brouwers E. Workplace Mental Health Disclosure, Sustainable Employability and Well-Being at Work: A Cross-Sectional Study Among Military Personnel with Mental Illness. J Occup Rehabil. 2023 Jun;33(2):399-413. doi: 10.1007/s10926-022-10083-2. Epub 2022 Nov 14. PMID: 36376748; PMCID: PMC9663181.
- Gürbüz S, Joosen MCW, Kooij DTAM, Bakker AB, van der Klink JJL, Brouwers EPM. Measuring sustainable employability: psychometric properties of the capability set for work questionnaire. BMC Public Health. 2022 Jun 14;22(1):1184. doi: 10.1186/s12889-022-13609-8. PMID: 35701811; PMCID: PMC9195467.
- Gürbüz S, Bakker AB, Demerouti E, Brouwers EPM. Sustainable employability and work engagement: a three-wave study. Front Psychol. 2023 Jun 16;14:1188728. doi: 10.3389/fpsyg.2023.1188728. PMID: 37397284; PMCID: PMC10313196.
- Gürbüz S, Joosen MCW, Kooij DTAM, Bakker AB, van der Klink JJL, Brouwers EPM. Measuring sustainable employability: psychometric properties of the capability set for work questionnaire. BMC Public Health. 2022 Jun 14;22(1):1184. doi: 10.1186/s12889-022-13609-8. PMID: 35701811; PMCID: PMC9195467.
- van Casteren PAJ, Meerman J, Brouwers EPM, van Dam A, van der Klink JJL. How can wellbeing at work and sustainable employability of gifted workers be enhanced? A qualitative study from a capability approach perspective. BMC Public Health. 2021 Feb 23;21(1):392. doi: 10.1186/s12889-021-10413-8. PMID: 33622286; PMCID: PMC7901097.
- Abma FI, Brouwer S, de Vries HJ, Arends I, Robroek SJ, Cuijpers MP, van der Wilt GJ, Bultmann U, Van der Klink JJ.The capability set for work: development and validation of a new questionnaire. Scand J Work Environ Health 2016; 42:34-42.
- Ferdiana A, Post MW, King N, Bültmann U, van der Klink JJ. Meaning and components of quality of life among individuals with spinal cord injury in Yogyakarta Province, Indonesia
- Disabil Rehabil. 2017 Mar 8:1-9. doi: 10.1080/09638288.2017.1294204. [Epub ahead of print]
- Meerman J, Abma FI, Van der Klink JJL. Handleiding bij de capability vragenlijst. ZonMw 2017
- Van der Klink JJL, Bakker T. Het capability model als integratief kader voor de zorg en zorgopleidingen. KNMG 2017
- Van der Klink JJ, Bultmann U, Burdorf A, Schaufeli WB, Zijlstra FR, Abma FI, Brouwer S, van der Wilt GJ.
- Sustainable employability--definition, conceptualization, and implications: A perspective based on the capability approach. Scand J Work Environ Health 2016; 42:71-9.
- Van der Klink J.J.L., Bültmann U., Brouwer S., Burdorf A., Schaufeli W.B., Zijlstra F.R.H., Van der Wilt G.J. Sustainable employability in older workers, work as value [In Dutch: Duurzame inzetbaarheid bij oudere werknemers, werk als waarde]. Gedrag & Organisatie 2011: 24 (4): 342-356
- Kuiper L, Bakker M, Van der Klink JJL. The Role of Human Values and Relations in the Employment of People with Work-Relevant Disabilities Social Inclusion 2016, Volume 4, Issue 4, Pages 176–187 DOI: 10.17645/si.v4i4.696
LITERATUURLIJST
- Abma FI, Brouwer S, de Vries HJ, Arends I, Robroek SJ, Cuijpers MP, van der Wilt GJ, Bultmann U, Van der Klink JJ.The capability set for work: development and validation of a new questionnaire. Scand J Work Environ Health 2016; 42:34-42.
- Nussbaum M.C. (2003). Capabilities as fundamental entitlements: Sen and social Justice.
- Feminist Economics 9(2 – 3), 2003, 33 – 59.
- Schlosberg, D. (2012). Climate Justice and Capabilities: A Framework for Adaptation Policy.
- Ethics and International Affairs, 26(4), 445-461.
- Sen, A. K. (1999). Development as Freedom, New York, Knopf.
- Sen, A. K. (2009). The idea of justice. Cambridge, MA. The Belknap Press or Harvard University Press.
- Trani J. F., and Loeb M. (2012). Poverty and disability: A vicious circle? Evidence from Afghanistan and Zambia. Journal of International Development, 24, S19–S52.
- Van der Klink JJ, Bultmann U, Burdorf A, Schaufeli WB, Zijlstra FR, Abma FI, Brouwer S, van der Wilt GJ.
- Sustainable employability--definition, conceptualization, and implications: A perspective based on the capability approach. Scand J Work Environ Health 2016; 42:71-9.
- Venkatapuram S. (2011). Health Justice, an argument for the capabilities approach. Polity Press, Cambridge. ISBN-9780745650340.
- Walker M. A. (2010). Human development and capabilities; a prospective analysis of global higher education policy. Journal of Education Policy (2010) 25 (4) 485-501.
Amartya Sen
In lijn met deze gedachtevorming heeft Sen het capability begrip ontwikkeld. ‘Capabilities’ vormen de set aan realiseerbare mogelijkheden, die mensen hebben om in hun leven te zijn wie ze willen zijn en de dingen te doen die waarde toevoegen voor henzelf en hun omgeving. Het gaat er hierbij om dat mensen zowel de mogelijkheden hebben – als in staat worden gesteld –. Eenmaal vastgesteld zijn capabilities niet vrijblijvend. Mensen zijn verantwoordelijk hun capabilityset te onderhouden en waar mogelijk uit te breiden. Maar de verantwoordelijkheid ligt ook bij de context. In een rechtvaardige samenleving hebben mensen er aanspraak op dat zij over een set van relevante capabilities kunnen beschikken. Het werk als waarde model beschrijft duurzame inzetbaarheid in termen van de capability benadering van Sen.
TRANZO
Tranzo is het wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van Tilburg School of Social and Behavioral Sciences , Tilburg University
MISSIE
De missie van Tranzo is het verbinden van wetenschap en praktijk op het gebied van zorg en welzijn. Door in co-creatie met de praktijk te werken aan kennisontwikkeling en kennisuitwisseling willen we het evidence based werken
bevorderen.
EVIDENCE BASED WERKEN: 3 KENNISBRONNEN
Voor Tranzo gaat het in evidence based werken om drie soorten kennisbronnen: wetenschappelijke kennis, de professionele expertise van de zorgverlener en de kennis en expertise van de burger, de patiënt. De interactie tussen de onderzoekers, professionals (zoals zorgverleners en beleidsmedewerkers) en de vraagzijde is dan ook van groot belang.
WERKWIJZE: DE ACADEMISCHE WERPLAATS
In co-creatie met de praktijk heeft Tranzo verschillende academische werkplaatsen opgericht. Dit zijn duurzame samenwerkingsverbanden tussen Tranzo- Tilburg School of Social and Behavioral Sciences of Tilburg University en praktijkinstellingen. Binnen een academische werkplaats wordt gewerkt aan innovatie van het (zorg) aanbod in de betrokken sector. De samenwerking vindt plaats op basis van een langdurend onderzoeksprogramma dat door de universiteit en praktijkinstellingen gezamenlijk wordt vastgesteld. Binnen academische werkplaatsen spelen science practitioners, professionals die deels werken in de praktijk en deels binnen de universiteit, een centrale rol. Elke science practitioner is als het ware een brug tussen wetenschap en praktijk.
Naast academische werkplaatsen investeert Tranzo in kennisnetwerken. Dit zijn samenwerkingsverbanden die dwars over de academische werkplaatsen kennis ontwikkelen en uitwisselen.

EMERITUS PROF. DR. JAC VAN DER KLINK
Van 2014 tot 2019 was emeritus prof. dr. Jac van der Klink benoemd op de leerstoel Psychische Gezondheid en Duurzame Inzetbaarheid in Arbeid. De leerstoel is gevestigd bij Tranzo; hét wetenschappelijk centrum op het gebied van zorg en welzijn van Tilburg University. Per oktober 2019 is prof. dr. Evelien Brouwers benoemd tot bijzonder hoogleraar psychische gezondheid en duurzame inzetbaarheid in arbeid binnen de Academische Werkplaats Arbeid en Gezondheid van Tranzo. Zij volgt hiermee prof. dr. Jac van der Klink op, die met emeritaat is gegaan.
DUURZAME INZETBAARHEID IN WERK
Duurzame inzetbaarheid van werknemers is vanwege maatschappelijke en demografische ontwikkelingen één van de grootste uitdagingen voor de toekomst. Overheidsmaatregelen en sociaal beleid binnen ondernemingen zijn gericht op toenemende arbeidsparticipatie van iedereen, ook groepen die kwetsbaar zijn met betrekking tot die arbeidsparticipatie, zoals mensen die uitvallen wegens psychische problemen, (jong) volwassenen met aangeboren of chronische gezondheidsproblemen, of werknemers die tot op hogere leeftijd doorwerken. Dit vraagt om meer kennis over wat nodig is om duurzame inzetbaarheid van deze groepen te realiseren.
ACADEMISCHE WERKPLAATS ARBEID EN GEZONDHEID
De leerstoel psychische gezondheid en duurzame inzetbaarheid vormt de kern van de Academische Werkplaats ‘Arbeid en Gezondheid’. Deze academische werkplaats heeft Tranzo, onderdeel van Tilburg University, samen met praktijkpartners opgericht en vormt een duurzaam samenwerkingsverband. In co-creatie wordt gewerkt aan innovatieve toepassingen op het gebied van arbeid en gezondheid.
Kernpartners van de Academische Werkplaats Arbeid en Gezondheid zijn Netherlands School of Public & Occupational Health (NSPOH), Telus Health formerly Ascender, HumanTotalCare, Transvorm en Tranzo, Tilburg University. Alle in de Academische Werkplaats participerende partijen investeren in de infrastructuur van de werkplaats.





Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.